Laatste nieuws

Hoe geluk ongelukken kan voorkomen. Lees meer

Tijdschrift VOZ – 31 oktober 2010: Eerste hulp bij prikaccidenten

‘Prikaccident’ is een verzamelnaam voor prik-, snij-, bijt- of spatongevallen waarbij iemand in contact komt met het bloed van een ander. Medewerkers die werkzaam zijn in zelfstandige behandelcentra staan dagelijks bloot aan dit besmettingsgevaar. Een prikaccident vindt in een fractie van een seconde plaats en je kunt er vervolgens je hele leven mee zitten. door Janet Warmelts,verpleegkundige en seniorconsultant infectiepreventie ArboNed

Uit onderzoek blijkt dat per jaar 10 op de 100 medewerkers die werkzaam zijn in een ziekenhuis een prikaccident hebben. Veel prikaccidenten worden echter niet gemeld, of men doktert zelf. Het risico op infectie bij contact met besmet bloed is bij hepatitis B 30%, bij hepatitis C 3% en bij HIV 0,3%. Dit zijn slechts cijfers, die anders worden als het risico een gezicht krijgt als ook één van uw medewerkers besmet raakt. Gelukkig zijn er in Nederland geen aantoonbare slachtoffers die door een prikaccident HIV hebben opgelopen, maar er zijn wel degelijk mensen die besmet zijn geraakt met hepatitis B of C, die kunnen leiden tot levercirrose en leverkanker. Tegen hepatitis C en HIV is geen vaccinatie mogelijk. Het afhandelen van prikaccidenten is met name een logistiek probleem. In zelfstandige behandelcentra werkt doorgaans geen arts microbioloog, er is geen lab waar virologie getest kan worden en interventies zoals het toedienen van hepatitis B vaccinaties of immuunglobuline vergen veel organisatie.

Snelle diagnose
Razendsnelle diagnose bij prikaccidenten is van groot belang, om- als er werkelijk sprake is van besmetting- deze direct te bestrijden. Bij een prikaccident hanteren we een indeling in drie risicocategorieën. Volgens de richtlijn prikaccidenten van het RIVM moet onderscheid gemaakt worden tussen hoogrisicoaccidenten waarbij er een risico op infectie met het hepatitis B virus, het hepatitis C virus en HIV bestaat; laagrisicoaccidenten, die alleen risico vormen voor overdracht van hepatitis B virus; en accidenten waarbij geen risico op overdacht van een bloedoverdraagbaar virus gemoeid is. Gevallen met een hoog risico komen vooral voor in ziekenhuizen. Denk aan het prikken met holle naalden en scherp operatiemateriaal. Daarentegen is het risico in verpleeg- en verzorgingshuizen over het algemeen laag. Juist in ziekenhuizen moet snel gehandeld worden bij de hoogrisicoaccidenten. Drie factoren zijn van belang of een prikaccident tot een infectie leidt, namelijk:

1. hoeveel bloed er overgedragen is,
2. of de persoon van wie het bloed afkomstig is virusdrager is, en
3. of het slachtoffer beschermd is tegen hepatitis B middels preventieve vaccinatie.

Elke infectie is één te veel. Deskundige beoordeling en acute medische behandeling zijn belangrijk om infecties te voorkomen. Daarnaast neemt snelle afhandeling de logistieke problemen weg die doorgaans gepaard gaan met een prikaccident. Denk aan wachten op bloeduitslagen, interpretatie van bloeduitslagen en onduidelijke verantwoordelijkheden in de afhandeling.

In de startfase van het meldpunt prikaccidenten zijn in 2003 alle prikaccidenten uit de regio Den Bosch geregistreerd. Hierover is een proefschrift geschreven.
Van de 454 gemelde prikaccidenten binnen het ziekenhuis hebben we de volgende gegevens:

  • medisch personeel 13%
  • verplegend personeel 45%
  • ondersteunend personeel 13%
  • helpenden zoals schoonmakers 18%
  • anderen 10%

Aangepaste LCI protocollen
Werkgevers dienen bovendien rekening te houden met de LCI-protocollen (Landelijke Commissie Infectieziekten). Deze zijn op 1 januari 2007 aangepast. Hierin staat dat:

  • bij prikaccidenten met een hoog besmettingsrisico, waarbij er kans is op besmetting met hepatitis B, C en HIV, binnen 2 uur een diagnose gesteld moet zijn én de eerste interventies moeten plaatsvinden.
  • bij prikaccidenten met een laag risico, waarbij er kans is op besmetting met hepatitis B, dient dit uiterlijk binnen 24 uur te gebeuren.

In de praktijk is dit niet altijd haalbaar, maar met name voor de toediening van PEP is het effect van de behandeling het grootst als dit binnen 8 uur gebeurt.

PrikPunt 24/7
Het blijkt telkens weer dat de logistiek in regio’s voor afhandeling van prikaccidenten in de praktijk onvoldoende geregeld is. Dit komt door gebrekkige samenwerking tussen betrokken ziekenhuizen, arbodiensten, huisartsen en de GGD of omdat het belang van snelle afhandeling onvoldoende ingezien wordt. De landelijke opvang bij prikaccidenten - vanuit PrikPunt - biedt daar een oplossing voor. Het meldpunt verzekert een professionele diagnose, snelle behandeling en goede nazorg bij prikaccidenten door heel Nederland. Het voordeel van een specialistisch meldpunt is dat er kennis en ervaring is om het risico goed in te kunnen schatten. Daarnaast is er controle op de kwaliteit van de behandeling en wordt waarnodig bijgestuurd. Dertig procent van de prikaccidenten vindt buiten kantooruren plaats. Daarom moeten meldpunten zeven dagen per week en 24 uur per dag bereikbaar zijn. Tevens kan een meldpunt in een paar minuten veel onrust wegnemen. Als behandeling nodig is stuurt PrikPunt de betrokkene met een behandeladvies door naar de spoedeisende hulp of het laboratorium van het dichtstbijzijnde ziekenhuis, waarbij de regie altijd bij PrikPunt blijft.

De telefonische helpdesk wordt bemand door tien BIG geregistreerde verpleegkundigen, met als achterwacht zes artsmicrobiologen (medisch specialisten). Aan de hand van het LCI-protocol bepalen zij, eventueel in overleg met een artsmicrobioloog of AIDS-behandelaar, hoeveel risico uw medewerker loopt op besmetting met een bloedoverdraagbare aandoening. In feite is de best practice van het Jeroen Bosch ziekenhuis in Den Bosch door PrikPunt landelijk uitgerold. Dit ziekenhuis draagt nog steeds zorg voor medische ondersteuning en kwaliteitsbewaking. PrikPunt heeft momenteel 160.000 werknemers onder contract, waarvan jaarlijks 1500 meldingen ontvangen worden.

Voordelen
Huisartsen en EHBO-posten worden maar zelden geconfronteerd met cliënten die zich melden vanwege een prikaccident. Ze zijn vaak onvoldoende op de hoogte van bestaande richtlijnen op dit specifieke vlak. Daarom ontstaat er in de praktijk vaak over- of onderbehandeling. Aansluiting bij PrikPunt kan ook voor zelfstandige behandelcentra voordelen hebben, bijvoorbeeld snelle diagnostiek en korte wachttijden. Als het om prikaccidenten gaat in een zelfstandig behandelcentrum is de bron veelal bekend. Als die niet te traceren is wordt ervan uit gegaan dat de bron geïnfecteerd is. Het kan ook voorkomen dat de bron, of de familie van de bron (patiënt) niet mee wil werken. In dergelijke gevallen en bij alle hoog risico accidenten is er altijd overleg met de arts microbioloog. Als het slachtoffer in geval van een laag risicoaccident niet gevaccineerd is tegen hepatitis B en de bron kan niet getest worden of is positief dan wordt gestart met hepatitis B vaccinatie. In geval van een hoogrisicoaccident is snelle melding en diagnostiek van belang. Ook bij een laag risico is snel melden van belang, de verwonde weet immers niet om welk risico het gaat. In overleg met een arts microbioloog en HIV behandelaar wordt soms gestart met PEP (Post Exposure Profylaxe). Dit gaat altijd in overleg met de verwonde. Bij risico op hepatitis C wordt serologisch onderzoek na één en drie maanden geadviseerd. PrikPunt registreert alle meldingen in een medisch dossier en wekelijks worden nieuwe prikaccidenten besproken. Er worden zowel op individueel niveau als op organisatieniveau gericht adviezen gegeven om prikaccidenten te voorkomen.

De kosten van een prikaccident bedragen gemiddeld €566 (Cijfers AMC). Een PEP behandeling kost €5500. De medische kosten voor behandeling van een hepatitispatiënt zijn €30.000. Verzuimkosten niet meegerekend.

Prikaccidenten voorkomen
Prikaccidenten zijn deels te voorkomen door veilige materialen (veiligheidsnaalden) te gebruiken en door goede voorzorgsmaatregelen (naaldencontainers) te nemen. PrikPunt registreert alle binnengekomen meldingen en evalueert deze iedere week. Dit geeft belangrijke informatie om prikaccidenten voor te zijn. Wij kunnen uw medewerkers ook preventief vaccineren tegen aandoeningen, zoals hepatitis B en uw medewerkers voorlichten. Daarnaast getuigt het van goed werkgeverschap om veilige materialen beschikbaar te stellen. Denk hierbij aan naalden die direct na het prikken geblokkeerd worden door veiligheidsslotjes. Het aantal prikaccidenten met infuusnaalden kan door de introductie van deze veiligheidnaald met 100% gereduceerd worden. Naast de veilige infuusnaald bestaan er ook veilige injectienaalden. Ook moeten professionals zelf aan de bel trekken als zij vinden dat hun werk veiliger kan. Als onderdeel van het kwaliteitssysteem is vaccinatiebeleid tegen hepatitis B en juiste afhandeling van prikaccidenten belangrijk. Risicovormers zoals chirurgen moeten veel meer antistoffen in hun bloed hebben dan risicolopers zoals verpleegkundigen. Ook moet er een beleid zijn voor nonresponders. Verder is het nog niet overal geregeld dat er naast iedere prikplek een afvalcontainer staat. Zo zijn prikaccidenten simpel te voorkomen. Een registratie van prikaccidenten moet aanwezig en actueel zijn in een kliniek. Tevens dienen alle risicogroepen gevaccineerd worden tegen hepatitis B. Op 17 juli 2009 werd in Brussel een kaderakkoord ondertekend over de preventie van prikaccidenten, een belangrijke stap om tot gestandaardiseerde veilige werkmethoden te komen in de gezondheidszorg in de Europese Unie.

Onderschat de psychosociale kant niet van een prikaccident. Behalve een infectie kan een prikaccident leiden tot psychische klachten en langdurig ziekteverzuim. Counseling en nazorg behoort ook tot de taak van een meldpuntmedewerker. Los van mogelijke besmetting zou je als goed werkgever goede opvolging op een prikaccident moeten inregelen door middel van aansluiting bij een 24 uurs meldpunt.