Hoe geluk ongelukken kan voorkomen. Lees meer
Iedereen weet dat discrimineren niet hoort in een samenleving en dus ook niet op de werkvloer. Toch is het helaas de dagelijkse praktijk. Hoe ga je om met een discriminerende collega? Of bent u zichzelf altijd bewust of u wel of niet discriminerende opmerkingen maakt zonder dat u deze intentie hebt? Niemand vindt het toch prettig op de persoon te worden aangesproken over zijn geloof, zijn seksuele geaardheid of gewoon over zijn uiterlijk.
Sinds 1 januari 2007 benoemt de Arbowet dat de werkgever verantwoordelijk is voor psychosociale arbeidsbelasting (PSA). Dit betekent dat de werkgever zorg moet dragen voor de factoren seksuele intimidatie, agressie en geweld, pesten en werkdruk, die in de arbeidssituatie stress teweeg brengen. Stress houdt volgens de wet in: "een toestand die als negatief ervaren lichamelijke, psychische of sociale gevolgen heeft".
Geslacht
Het is vrijwel algemeen aanvaard dat ongewenste omgangsvormen niet thuishoren op de werkvloer. Discriminatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, seksuele gerichtheid en burgerlijke staat is wettelijk niet toegestaan. Als u op grond van deze kenmerken gediscrimineerd wordt, hoeft u dat niet te accepteren. En een ander hoeft dus ook niet te accepteren dat u zelf discrimineert op deze gronden. Ook als u geconfronteerd wordt met agressie en geweld of pesten, is dat niet acceptabel. U heeft in dit soort situaties dus rechten en uw werkgever heeft plichten in deze situaties. Maar wanneer is er nu sprake van ongewenst gedrag? Dat is in wezen heel simpel; de ontvanger van het gedrag, dus de persoon waarop het gedrag betrekking heeft, bepaalt of het ongewenst is. Dus niet de zender, degene die het gedrag vertoont. Als iemand zegt: 'oh maar dat bedoel ik niet zo', als u hem op zijn gedrag aanspreekt, wil dat niet zeggen dat het gedrag daarmee gewenst wordt. Ook al bedoelt hij het niet vervelend, als u het wel vervelend vindt, moet hij toch zijn gedrag veranderen.
Stappen
Krijgt u als medewerker te maken met een ongewenste omgangsvorm, dan kunt u een aantal stappen nemen. Het beste is dat u meteen duidelijk maakt dat u het Maak meteen duidelijk dat u het niet accepteert gedrag niet accepteert en dat u wilt dat het stopt. Als het gedrag niet stopt, kunt u het gedrag met uw manager bespreken en benoemen wat het effect van het gedrag op u is als persoon en als werknemer in uw functie. Als u er moeite mee heeft deze stappen te zetten, of u durft het simpelweg niet, kunt u ook contact opnemen met de vertrouwenspersoon van uw organisatie. Soms is dat een interne vertrouwenspersoon en soms iemand van buiten (extern). De vertrouwenspersoon geeft u informatie over welke mogelijkheden er zijn en welke stappen u al of niet met steun van de vertrouwenspersoon kunt nemen. De vertrouwenspersoon is niet uw pleitbezorger, maar steunt u en bespreekt met u wat er kan gebeuren.
Lastig
De vertrouwenspersoon is er voor de werknemers. Met hem of haar kunt u ook bespreken wat er voor u moeilijk is om het gedrag bespreekbaar te maken. Het is soms erg lastig om een collega direct aan te spreken op discriminerend gedrag of om aan uw manager te melden dat u ongewenste gedrag ervaart. De vertrouwenspersoon werkt op basis van vertrouwen. Hij mag dus niet aan uw leidinggevende laten weten dat u een beroep op hem heeft gedaan. Vindt u dat geen probleem en geeft u toestemming om de kwestie met uw manager te bespreken, dan mag dat uiteraard wel. Belangrijk is om na te gaan of er binnen uw organisatie een beleid is dat zich richt op ongewenste omgangsvormen of psychosociale arbeidsbelasting. Een beleid dat omschrijft wat daaronder verstaan wordt, wie de vertrouwenspersoon is, wat de taken van de vertrouwenspersoon zijn en welke gedragscode er van kracht is binnen de organisatie. Kortom, welk gedrag wordt wel en niet geaccepteerd en hoe gaat u er met elkaar mee om binnen de organisatie. In het uiterste geval heeft u als werknemer het recht om een formele klacht in te dienen tegen degene die het ongewenste gedrag vertoont. Iedere organisatie behoort een klachtenreglement te hebben waarin duidelijk staat omschreven hoe de klachtenprocedure verloopt en op welke wijze de klachtencommissie samengesteld is. Een klachtencommissie onderzoekt of de klacht ontvankelijk is: gaat het inderdaad over een ongewenste omgangsvorm. Daarna onderzoekt de klachtencommissie of de klacht gegrond verklaard kan worden.
Getuigen
De juridische term gegrondheid wil zeggen: kan het bewezen worden dat het gedrag zich inderdaad heeft voorgedaan? In sommige gevallen betekent het ook dat getuigen gehoord worden. Vervolgens geeft de klachtencommissie een advies aan de directie of het bestuur van de organisatie over een eventueel op te leggen sanctie. Bijvoorbeeld excuses aanbieden, schriftelijke aantekening in het dossier van de aangeklaagde, overplaatsing, schorsing of in het ergste geval beëindigen van het dienstverband.
Klimaat
Zelf kunt u natuurlijk ook bijdragen aan een fijne werksfeer. U en uw collega's dragen met elkaar zorg voor een goed en veilig werkklimaat. Niet alleen veilig in fysieke zin (veiligheidsschoenen, goede werkplekken), maar ook in psychische zin. Als iemand bang is om aan het werk te gaan en te blijven omdat hij of zij gepest, gediscrimineerd of agressief bejegend wordt, kan dat ziekmakend zijn. Dus als u in uw nabije omgeving merkt dat mensen zich ongewenst gedragen, benoem dat gedrag dan. Belangrijk is hierbij om niet de mens te veroordelen, maar wel het gedrag dat iemand vertoont. U werkt tenslotte samen aan een prettige en collegiale werkomgeving. Beoordeel het gedrag en niet de persoon zelf.
Spiegel
En kijk ook even in de spiegel. Welke opmerkingen maakt u zelf over andere mensen? Een grapje kan voor u grappig zijn, maar voor de ander erg kwetsend. Kijk goed naar wat uw opmerkingen met de ander doen. En houd uzelf en uw collega's scherp op dit soort opmerkingen. Geef elkaar complimentjes op het moment dat iemand een leuke opmerking maakt die u ook als leuk ervaart en geef elkaar op de juiste wijze feedback als een opmerking niet 'goed valt'.
Joyce Neijenhuis, staf bedrijfsmaatschappelijk werk ArboNed BV,
T (030) 299 67 59 en (06) 461 606 38, Joyce.neijenhuis(at)arboned.nl
Waar het toe kan leiden
Een voorbeeld uit de praktijk. Sandra, 32 jaar, wordt sinds jaar en dag aangesproken op haar figuur. Zij heeft een vol figuur en voldoet in haar ogen niet aan het ideaalbeeld van de vrouw zoals u zo vaak in advertenties ziet. Sandra is onzeker en maakt zich het liefst onzichtbaar. De vervelende opmerkingen waren eigenlijk vanaf het begin aanwezig. Een collega maakte opmerkingen als 'je hoeft geen tent te kopen om te kamperen; je trekt gewoon je pyjama aan'. Het werd van kwaad tot erger. Haar bijnaam was kantoorolifantje. De overige collega's maakten geen opmerkingen maar keken alleen toe. Sandra durfde op een bepaald moment niet meer te eten in het bedrijfsrestaurant en at alleen achter haar bureau. Ze ging met lood in haar schoenen naar het werk. Zij kon zich niet meer goed concentreren, vergat dingen en maakte fout op fout. Haar manager sprak haar erop aan, maar Sandra durfde het niet te benoemen en kroop in haar schulp. Na de vrijdagmiddagborrel, waar haar collega weer een rotopmerking maakte, meldde Sandra zich op maandag ziek. Zij schaamde zich diep en gaf zichzelf de schuld.
Hulp Sandra heeft uiteindelijk met hulp van de vertrouwenspersoon en haar manager de zaak bespreekbaar gemaakt. Inmiddels gaat het langzaam beter met haar. De collega is aangesproken op zijn gedrag en in het teamoverleg is nu regelmatig aandacht voor ongewenste omgangsvormen.
De formele termen
De psychosociale arbeidsbelasting (PSA) kent eigenlijk twee onderdelen: de ongewenste omgangsvormen en de werkdruk. De term ongewenste omgangsvorm is vaak beter bekend dan de wettelijke term psychosociale arbeidsbelasting. Sinds 1 juli 2009 is discriminatie toegevoegd als 6en van de factoren van ongewenste omgangsvormen en valt de seksuele intimidatie formeel onder de factor discriminatie. Voor meer informatie over het formele kader en de bijbehorende wetgeving kunt u het beste contact opnemen met personeelszaken of met de arbodienst van uw bedrijf.