Hoe geluk ongelukken kan voorkomen. Lees meer
De bouwvakker wordt ouder, het vak vergrijst en de jonge collega’s stromen niet zo massaal in als gehoopt. Meer dan ooit is het voor de bouw van levensbelang om de loopbaan van de bouwvakker te begeleiden. De grote vraag: hoe houd je de werknemer in de bouw duurzaam inzetbaar en bevlogen? “Juist nu is het tijd voor die vragen.” “De bouwvakker is van het kaliber ‘ruwe bolster blanke pit’, wat er ook aan de hand is, je werkt gewoon door”.
Als er één branche is waar het lang, gezond en met plezier doorwerken van belang is, is het wel de bouw. Gert-Jan Klanderman, branchedirector Bouw van 365 (voorheen Arboned/ArboDuo), ziet dat werkgevers er niet langer omheen kunnen. “Als je kijkt naar de bouwsector zie je enerzijds een enorme vergrijzing plaatsvinden. Anderzijds dat men langer moet doorwerken. Daarnaast is er relatief weinig aanwas van nieuw personeel. De instroom is laag, veel ouders zien hun kinderen liever een andere opleiding volgen. De consequentie daarvan wordt zichtbaar in een bedrijfstak als de bouw.” Wat Klanderman ziet is dat het langdurig verzuim toeneemt naarmate de bouwvakker ouder wordt.
De grote vragen die in de bouwwereld actueel zijn: hoe kun je goed omgaan met je mensen in een tijd dat ze langer door moeten werken? Hoe zorg je ervoor dat ze bevlogen blijven, dat ze fysiek fit blijven, maar ook mentaal gezond? Werk en privé zijn daarbij onlosmakelijk verbonden, volgens Klanderman. “Kijk, dit is mijn visitekaartje”, zegt Klanderman. Op het kaartje van de branchedirector bouw staan naast zijn functie drie woorden die hem typeren: vader en levensgenietende Feyenoorder. “Je bent meer dan werknemer alleen. De combinatie maakt je tot de unieke persoon die je bent, hoe je in het leven staat en dus ook kunt functioneren. Werkgevers moeten ook met die blik naar hun personeel kijken. De bouw wordt gezien als een traditionele sector, maar heeft heel veel zaken perfect geregeld.” Bijvoorbeeld via Arbouw (opgericht door werknemers en werkgevers om arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid te verbeteren) voert 365 een periodiek onderzoek uit bij werknemers in de bouw. Het zogeheten PAGO. Iedere bouwvakker boven de 40 wordt eens in de twee jaar uitgenodigd voor een onderzoek. De werknemer onder de 40 komt eens in de vier jaar langs. Er wordt gescreend of fysieke en mentale aspecten. “Bij bouwvakkers zijn de meest voorkomende klachten fysiek, maar vlak het mentale niet uit. De bouwvakker is van het kaliber ‘ruwe bolster blanke pit’, wat er ook aan de hand is, je werkt gewoon door. Maar als je uiteindelijk toch uitvalt, ben je veel langer uit de running. Daarom zijn alle aspecten van belang. Voorkomen is immers beter dan genezen.”
365 heeft een projectmatige aanpak voor de uitvoering van PAGO’s ontwikkeld, gericht op duurzame inzetbaarheid van de bouwvakker. “De uitvoering van een PAGO wordt dan gecombineerd met een gerichte cursusdag ingevuld en in overleg met het bouwbedrijf.”
Volgens directeur Ron Brons van de Nieuwenhuis Groep in Rijssen deed zeker 90 procent van de werknemers mee. “Je werknemers blijven toch het voornaamste kapitaal van je bedrijf. We wilden weten: wat leeft er nou echt bij die bouwvakker? Hoe zit iemand nou echt in z’n werk?”
Bij Nieuwenhuis in Rijssen bleek 50 procent van de werknemers bevlogen. Landelijk gezien ligt dat percentage op 20 procent. “Dat is natuurlijk altijd mooi om te zien. Je krijgt bevestigd wat je al wist of hoopte”, zegt Brons. Wat ook duidelijk naar voren kwam uit het rapport is dat veel werknemers kampen met overgewicht. “Dat is een landelijk probleem”, zegt Klanderman. “En je ziet dat er steeds meer aandacht voor komt. Werken in de bouw is topsport, de basis moet optimaal zijn. Het uitgevoerde project bij Nieuwehuis was een mooie nulmeting. We vertellen de werknemer hoe hij ervoor staat en adviseren hoe hij kan verbeteren. De werkgever krijgt een geanonimiseerd overzicht van hoe zijn bedrijf ervoor staat.
Volgens Joep Grooten, senior-consultant bij 365 en uitvoerder van het project is de tijd rijp om stil te staan bij gedrag en leefstijl van de bouwvakker. “Zaken als het gebruik van een ergonomische troffel worden relevant nu bedrijven worden geconfronteerd met de vergrijzing. De kunst is om dingen bespreekbaar te maken. Dat doen we bij de start van zo’n project, dan staan we stil bij wat mensen eten, hoe gezond ze zijn. De bouwvakker heeft nog vaak het beeld dat hij grote fysieke inspanning levert, maar hij hoeft niet alleen maar boterhammen met kaas te eten. Af en toe een plakje mager vleesbeleg is ook prima.”
Volgens Grooten is er de afgelopen tien jaar veel veranderd in de sector. “De WAO is WIA geworden en veel bouwvakkers zijn zich niet bewust van de inkomensval die ze daardoor kunnen maken.”
Grooten is bedrijfsfysiotherapeut geweest en probeert in de taal van de bouwvakker uit te leggen dat een lichaam ook een constructie is. Een constructie die je goed kunt behandelen of kunt mishandelen.
“Hoe? Als je een boormachine verkeerd gebruikt, dan snapt iedereen dat zo’n boormachine sneller versleten is. Zo is het ook met een lichaam. Zeker nu bouwvakkers langer door moeten werken maken we ze bewust van hun gezondheid. Dus als ze nog gaan klussen, prima, maar er moet voldoende tijd zijn voor herstel”, aldus Grooten.
Volgens Ron Brons, directeur van de Nieuwenhuis Groep, is het mooi om te meten en te weten. “Maar het belangrijkste komt nog. We hebben nu de bevindingen uit het rapport bij de ondernemingsraad neergelegd om te kijken hoe we de aanbevelingen kunnen aanpakken. We bieden al bedrijfsfitness aan, er is een ruimte in de kelder, maar hoe zorgen we dat mensen ook daadwerkelijk fitter worden bijvoorbeeld?”
Om ook bij kleinere bouwbedrijven aandacht te kweken voor deze
projectmatige aanpak van duurzame inzetbaarheid is 365 bezig met het opzetten van een samenwerking tussen 365 en de Bouwopleiding
Berkelstreek. “Zo kunnen ook kleine aannemers aanhaken bij dit soort
initiatieven, want die hebben doorgaans wel andere zaken aan hun
hoofd”, zegt Gert-Jan Klanderman.
Bron: De Twentsche Tubantia
Terug naar overzicht