Hoe geluk ongelukken kan voorkomen. Lees meer
De nieuwe Influenza A H1N1, ook wel bekend als de 'Mexicaanse griep,' heeft zich de laatste maanden zo snel verspreid dat we inmiddels kunnen spreken van een pandemie. Hoewel er over deze pandemie al veel bekend is, kunnen we nog moeilijk voorzien hoe hij zich zal ontwikkelen omdat hij zich nog in het beginstadium bevindt. Wel weten we dat het besmettingsgevaar tot dusver meevalt en dat het ziektebeeld niet ernstig is. Op dit moment zijn de klachten goed te bestrijden en is er meer dan voldoende medicatie in voorraad. Vanaf oktober is bovendien vaccinatie mogelijk. De faseringssystematiek die wordt gebruikt om de verspreiding en de ernst van de ziekte aan te duiden, kan tot enige verwarring leiden. Dat komt omdat er twee systemen naast elkaar worden gebruikt. De Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) spreekt over fase 6 als de griep over de hele wereld voorkomt, maar deze kwalificatie zegt niets over de ernst van de besmettingen. Nederland en de rest van de Europese Unie hanteren daarnaast nog een fasering die uitgaat van het aantal zieke mensen in combinatie met de ernst van het ziektebeeld. Momenteel bevinden we ons op die schaal in fase 3. Dat betekent: de ziekte komt voor, de schaal is erg beperkt en het ziektebeeld is niet ernstig. Een aantal wetenschappers vreest dat ons land in het najaar in een hogere schaal zal belanden.
Influenza A H1N1 is een eenvoudig griepvirus dat zich via de lucht verspreidt en zich vermenigvuldigt in slijmvliescellen van onze neus, keel en longen. Het virus verspreidt zich via de bloedbaan en zorgt voor de bekende griepverschijnselen: koorts minimaal 38,5 graden), hoofdpijn en keelpijn. Ook spierpijn, hoest en een verstopte neus kunnen voorkomen. Het belangrijkste antivirale middel tegen het griepvirus is een neuraminidase-remmer. Dit middel helpt vooral als het heel kort na de besmetting wordt toegediend. Het is het meest effectief op de eerste dag van de ziekte. De patiënt geneest dan snel en is immuun als hij opnieuw besmet raakt. Beperkt de behandeling zich puur tot het bestrijden van de symptomen, dan komt paracetamol als eerste in aanmerking. Het preventief gebruik van virusremmers is onder alle omstandigheden af te raden. Het zorgt niet voor extra weerstand en heeft geen blijvende werking. Zodra men stopt met het slikken van de virusremmers, is de kans op het oplopen van het virus dus net zo groot.
Voor het voorkomen van een griepuitbraak is goede hygiëne erg belangrijk. Het griepvirus kan zich verspreiden via ogen, neus en mond; raak deze dus zo min mogelijk aan en gebruik uitsluitend papieren handdoeken en zakdoeken. Door regelmatig de handen te wassen kan het besmettingsgevaar nog verder worden verkleind; gebruik bij voorkeur zeep met desinfecteermiddel (70 procent alcohol) dat bij iedere drogist te koop is. Ook het gebruik van mondkapjes lijkt wellicht een goede manier om besmetting te voorkomen, maar dit biedt onvoldoende soelaas: het kan de verspreiding van het virus weliswaar enigszins vertragen, maar niet voorkomen. Ook de filters in een airco houden geen enkel virus tegen. Kunnen de ramen in het gebouw worden geopend, dan is het aan te bevelen om dat iedere dag minstens een uur te doen. Is het openen van de ramen niet mogelijk, stel dan de airco bij zodat er zo min mogelijk binnenlucht wordt rondgepompt en er een maximale hoeveelheid buitenlucht naar binnen komt.
Zolang er nog geen werknemers besmet zijn, kunnen werkgevers zich goed op de griep voorbereiden. Zorg om te beginnen dat het personeel voldoende kennis heeft van het virus en de wijze van besmetting. Stel daarnaast een bedrijfscontinuïteitsplan op waarin enerzijds is vastgelegd welke preventieve maatregelen er worden genomen en hoe de organisatie omgaat met zieke werknemers, en anderzijds wordt bepaald wat de vitale bedrijfsonderdelen zijn en hoe deze bij het uitbreken van een pandemie kunnen blijven functioneren. U doet er verstandig aan besmette werknemers thuis te laten blijven tot ze koortsvrij zijn; zo voorkomt u dat ze andere werknemers besmetten. Wordt besmetting geconstateerd, dan is het verstandig om een werknemersscan uit te voeren. Hierbij neemt de bedrijfsarts, op verzoek van de werkgever, contact op met de (nog) gezonde collega's van de besmette werknemer om te zien of het virus zich heeft verspreid. Daarna bekijkt hij samen met de werkgever hoe verdere besmetting kan worden voorkomen zodat het bedrijf kan blijven draaien. De bedrijfsarts kan zo mogelijk ook toetreden tot het crisisteam van het de organisatie.
Het preventief gebruik van virusremmers is af te raden
Geert van Nispen is bedrijfsarts bij ArboNed
Terug naar overzicht